
Waarom brandveiligheid nooit mag leiden tot breinonveiligheid — en dat ook niet hoeft.
Waarom kale gangen ter discussie moeten worden gesteld
In steeds meer verpleeghuizen verdwijnen aankleding, herkenningspunten en belevingselementen uit gangen. Teams krijgen te horen dat dit “vanwege brandveiligheid” moet.
Het resultaat: kale, prikkelarme corridors.
Voor mensen met dementie kan zo’n omgeving echter juist onveilig zijn voor het brein. Bewoners raken sneller gedesoriënteerd, gaan dwalen of ervaren onrust.
De vraag is dus niet alleen:
Is dit brandveilig? Maar ook: is dit breinveilig?
Brandweer en veiligheidsfunctionarissen kiezen begrijpelijkerwijs vaak voor maximale zekerheid. Zorginstellingen huisvesten immers kwetsbare bewoners. Tegelijkertijd kan een te strikte interpretatie van brandveiligheidsregels onbedoeld leiden tot een omgeving die voor mensen met dementie juist onveiliger wordt.
Daarom is het belangrijk om het gesprek opnieuw te openen: hoe combineren we brandveiligheid met hersenkundige veiligheid?
Van Bouwbesluit naar Bbl: ruimte voor maatwerk
Sinds 1 januari 2024 geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als onderdeel van de Omgevingswet. Dit besluit verving het Bouwbesluit 2012.
Het Bbl werkt vooral met prestatie-eisen. Dat betekent dat de wet het doel beschrijft — bijvoorbeeld dat een vluchtroute bruikbaar moet zijn — maar meestal niet exact voorschrijft hoe een gang eruit moet zien.
Dat biedt ruimte voor maatwerk en een risicogestuurde benadering.
In de praktijk wordt dit echter soms zo geïnterpreteerd dat gangen volledig leeg moeten blijven.
Wetgeving en interpretatie – waar komt de verwarring vandaan?
In discussies over brandveiligheid in zorginstellingen wordt vaak verwezen naar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Tegelijk circuleren er veel praktische richtlijnen van brandweerorganisaties, gemeenten en brandveiligheidsadviseurs.
Het is belangrijk om het verschil te zien tussen de letterlijke wetstekst en praktische interpretaties voor handhaving en advies.
Artikel 6.15a Bbl gaat in de kern over het bruikbaar houden van vluchtroutes en het voorkomen dat objecten het vluchten belemmeren of branduitbreiding bevorderen.
Het artikel schrijft echter niet letterlijk voor dat gangen volledig leeg moeten zijn of dat alleen A1/A2-materialen mogen worden toegepast. Brandvertragende eisen gelden vooral voor grote oppervlakken. Bijvoorbeeld: gordijnen, wandbekleding, plafondmaterialen. Niet voor elk klein object in een gang.
Veel concrete voorbeelden die circuleren, zoals maximale afmetingen van objecten of uitsluitend onbrandbare materialen, komen uit handreikingen en praktische interpretaties van brandweerorganisaties of gemeenten. Die kunnen per organisatie, gemeente of veiligheidsregio verschillen.

Wat juridisch uiteindelijk telt
De beoordeling gebeurt in de praktijk op basis van:
- het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
- het gelijkwaardigheidsprincipe
- een risicobeoordeling van de situatie
Dat betekent dat alternatieve oplossingen mogelijk zijn wanneer kan worden aangetoond dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig blijft.
Het Bbl stelt dus vooral doelen (veilig vluchten en beheersing van brandrisico’s), maar schrijft meestal niet exact voor hoe een gang ingericht moet zijn.
Waarom dit belangrijk is
Wanneer regelgeving en interpretatie door elkaar lopen, kan dat leiden tot overmatige risicobeperking. In zorginstellingen kan dat onbedoeld resulteren in een omgeving die voor mensen met dementie juist minder veilig en minder herkenbaar wordt.
Daarom is het belangrijk om brandveiligheid te benaderen vanuit risicobeheersing én kennis van het brein. Juist binnen deze ruimte voor maatwerk ontstaat de vraag: wat betekent een veilige omgeving eigenlijk voor mensen met dementie?
Waarom kale gangen een probleem kunnen zijn
Uit hersenkundig en gedragskundig onderzoek en de inzichten van o.a. dr. Anneke van der Plaats weten we dat mensen met dementie sterk afhankelijk zijn van hun omgeving om zich te oriënteren en veilig te voelen.
Wanneer gangen volledig kaal en prikkelarm zijn, kan dat leiden tot:
- desoriëntatie
- meer loopdrang
- meer onrust en agressie
- een verhoogd valrisico
Herkenningspunten en betekenisvolle prikkels helpen om:
- rust te creëren
- oriëntatie te ondersteunen
- dwaalgedrag te verminderen
Een huiselijke, herkenbare omgeving ondersteunt daarentegen gevoelens van veiligheid en geborgenheid en vermindert de noodzaak om “weg te willen”.
Met andere woorden: een omgeving kan brandveilig zijn, maar tegelijkertijd breinonveilig.
Wat een breinvriendelijke omgeving doet
Wanneer een omgeving wél betekenisvolle prikkels bevat, kan het brein die gebruiken om gedrag te reguleren.
Herkenningspunten geven oriëntatie, objecten nodigen uit tot interactie en huiselijke elementen bieden emotionele veiligheid. Zo helpt de omgeving het brein om gedrag te stabiliseren – precies het uitgangspunt van omgevingszorg.
De kern van het debat
Brandveiligheid mag nooit leiden tot breinonveiligheid. En dat hoeft ook niet.
Het Bbl vraagt om:
- beheersing van brandrisico’s
- bruikbare vluchtroutes
Het vraagt niet om volledig kale gangen.
Met een risicogestuurde benadering kunnen we:
🔥 brandveiligheid waarborgen
🧠 hersenkundige veiligheid ondersteunen
🏠 een menswaardige woonomgeving creëren
Wat vaak wél mogelijk is (praktische voorbeelden)
Binnen een risicogestuurde benadering zijn veel vormen van aankleding mogelijk, zolang vluchtroutes vrij blijven en materialen verantwoord worden toegepast.
Herkenningspunten en wanddecoratie Bijvoorbeeld foto’s, straatbeelden, herkenbare objecten of thematische wandpanelen. Deze hangen aan de muur en belemmeren de vluchtroute niet.
Interactieve wandpanelen Tast-, puzzel- of sensorische panelen kunnen bewoners uitnodigen tot activiteit en helpen onrust te verminderen. Ze worden vast gemonteerd en staan niet in de looproute.
Digitale schermen TV-schermen of beeldschermen kunnen muziek, films of herkenbare beelden tonen. Voorwaarde is dat ze goed gemonteerd zijn en elektrisch veilig worden aangesloten.
Kleine zitplekken buiten de looproute Een stoel, bankje of rustplek in een nis kan bewoners de mogelijkheid geven om even te zitten en tot rust te komen.
Herkenningspunten bij kamerdeuren Persoonlijke foto’s, naamplaatjes of kleine vitrines helpen bewoners hun eigen kamer te herkennen.
Raamfolie Folie op ramen naar bijvoorbeeld een trappenhuis kan dieptezicht verminderen en zo angst of valrisico beperken.
Kleine belevingselementen Een brievenbus, boekenkastje of vitrinekastje kan nieuwsgierigheid prikkelen en onrust verminderen.
Uitnodiging tot gesprek
Brandveiligheid blijft essentieel. Maar in een woonomgeving voor mensen met dementie moet veiligheid ook menselijk en breinvriendelijk zijn.
Bij de inrichting van gangen in verpleeghuizen kan het helpen als brandweer, veiligheidsfunctionarissen, bestuurders en zorgteams samen deze vragen stellen:

Samenvattend
De uitdaging is niet kiezen tussen veiligheid of welzijn.
De uitdaging is: brandveilig én breinvriendelijk.
Dit artikel is bedoeld als uitnodiging tot gesprek, niet als kritiek op brandveiligheid. Juist omdat veiligheid zo belangrijk is, moeten we samen zoeken naar oplossingen die zowel brandveilig als breinvriendelijk zijn. Maar hoe dat er in de praktijk precies uitziet, vraagt om samenwerking tussen zorgprofessionals, brandweer, veiligheidsfunctionarissen en bestuurders.
We zijn benieuwd naar ervaringen uit de praktijk:
- Hoe gaan jullie om met inrichting van gangen en vluchtroutes?
- Waar lopen jullie tegenaan in de interpretatie van brandveiligheidsregels?
- Zijn er voorbeelden waar brandveiligheid en breinvriendelijke zorg goed samengaan?
We nodigen brandweercollega’s, veiligheidsadviseurs en zorgprofessionals van harte uit om mee te denken.

Sylvia de Koning
Lida Waterlander
Jacqueline Rempt
Ilja Kuipers
Christa Kaal
Carola van Wanrooij
Jeanet Pit Gaal
Frans Hoogeveen
Jos Cuijten
Klara van Zuijdam
Tineke Sleen
Arnout Siegelaar
Jan van de Rakt
Paul Vlaar
Wiebke Göetjes
Email: